2021 02 AanlegsteigerElectr V600Scan 963De aanlegsteiger te Burcht. Bemerk de elektriciteitspaal en straatverlichting 

Graag uw opmerkingen en andere interessante informatie. Bezoek ons Forum.

Eeuwenlang waren onze straten en huizen aardedonker na zonsondergang. Hier en daar hebben kaarsen en olielantaarns de duisternis min of meer verdreven.

In de loop van de 19e eeuw verschenen gas, petroleum en elektriciteit op het toneel als nieuwe lichtbronnen. Tijdens de industriële revolutie werd volop geëxperimenteerd met nieuwe technologieën, honderden producenten wierpen zich op deze ontluikende markt.
Nieuwe methoden voor het goedkoop produceren en distribueren van lichtgas en voor het realiseren van een helder licht werden bedacht.
In 1879 werd de Edison gloeilamp voorgesteld. In 1882 werd in het Londense Crystal Palace een grote tentoonstelling gehouden die een enorme uitstraling van de nieuwe technieken meebracht. In 1889 werd de Eiffeltoren verlicht door duizenden gloeilampen. De eerste publieke elektrische centrales werden opgericht met stoommachines en dynamo’s.

2021 02 Zuiderpershuis400Het ZuiderpershuisReeds in 1835 experimenteerde Antwerpen met "de briljante verlichting van de Arenbergstraat” dmv. gas.
Er werden twee gasmaatschappijen opgericht.

In 1885 werden de eerste uitstalramen in de Brusselse Nieuwstraat elektrisch verlicht.
In Antwerpen kon men uiteraard niet achterblijven.
Aanvankelijk wilde men elektriciteit opwekken door gebruik te maken van hydraulische drijfkracht - koud water onder hoge druk. Die was volop aanwezig voor de aandrijving van de hijswerktuigen in de Antwerpse haven (bv. het gekende Zuiderpershuis, zie foto). De eerste elektrische centrale stond in een barak op de Groenplaats.
Op de wereldtentoonstelling van 1894 werd het terrein “Oud-Antwerpen” elektrisch verlicht.

In 1898 werd de Compagnie Electrique Anversoise opgericht die de bestaande installaties overnam. In 1895 telde men 436 abonnees.
De groei van het elektrische net was explosief. De capaciteit van het hydraulische net bleek ruim onvoldoende. De eerste elektrische trams verschenen in het straatbeeld. Daarom werd overgeschakeld op een meer klassiek systeem: stoommachines dreven dynamo's aan. Een eerste grote centrale werd opgericht in Merksem. Weer werd een nieuwe maatschappij opgericht, de Société d' Electrique de l' Escaut (kortweg "Escaut").
Naast het publieke elektriciteitsnetwerk waren er veel bedrijven en particulieren die hun eigen elektrische krachtbron hadden. Meerdere bedrijven hadden reeds een stoommachine in dienst, waaraan ze een dynamo koppelden.
Intussen zaten de gasfabrikanten niet stil. Ook hier werden vele verbeteringen ingevoerd.

Reeds voor de Eerste Wereldoorlog waren er contacten tussen Escaut en verschillende gemeenten in het Waasland. De concurrentie met de gasmaatschappijen was bikkelhard.

2021 02 DorpstraatGasDe Dorpstraat te Burcht. Bemerk de gaslantaarn.Burcht kende vanaf het eind van de 19e eeuw een forse industriële ontwikkeling, het bevolkingscijfer steeg voortdurend.
In mei 1913 verleende Burcht een concessie van 35 jaar aan de Antwerpse gasmaatschappij met exclusiviteit voor 5 jaar.
Na de oorlog veranderde de situatie grondig en bleek er wel een grote belangstelling voor elektriciteit bij de Wase gemeenten, mede door de slechte kwaliteit van het gas dat tijdens en na de oorlog geleverd werd. Onmiddellijk na WO1 schoot Escaut in actie. In 1922 werd de vergunningsakte goedgekeurd.

2021 02 HetLam1925Ondanks de aanleg van een elektrisch net in 1925 gebeurde de openbare verlichting te Zwijndrecht tot het begin van WO2 grotendeels met gas.Petroleumlantaarns waren al heel vroeg aanwezig in de straten van Zwijndrecht. De eerste lantaarns werden geplaatst in de Stationsstraat in 1905.
In de gemeenteraad van 1 april 1912 werd een contract goedgekeurd met de Antwerpse Compagnie Nationale d' Eclairage voor de levering van gas. Reeds tijdens de oorlog waren er ook hier problemen met de kwaliteit van het gas. Zwijndrecht eiste dan ook ingrijpende verbeteringen, zoniet zou ze 'verplicht zijn haar rechten op rechterlijke wijze te doen eerbiedigen'. Daarboven kwam er in 1920 een tariefverhoging. 150 particulieren en bedrijfjes protesteerden, gesteund door het schepencollege.
Een vergunning voor elektriciteitsdistributie was reeds in 1919 uitgereikt, maar wegens perikelen rond de annexatie van het Vlaams Hoofd bij Antwerpen in 1923, duurde het tot 1925 eer het laagspanningsnet in dienst genomen werd.
Ook op Linkeroever, geen deel meer van Zwijndrecht, werden ontwerpen gemaakt voor de electrificatie. Escaut dacht eerst aan twee grote pilonen op beide oevers om de kabels te dragen. Daar werd van af gezien mede omdat er toen plannen waren voor een spoedige brugverbinding tussen Hoboken en Kruibeke, die de kabels zou dragen. Van uit Kruibeke zouden dan de Waase gemeenten en Linkeroever bediend worden.

Intussen werkte de openbare verlichting in Zwijndrecht nog steeds op gas. Contractueel waren op het ganse grondgebied 67 lantaarns voorzien, maar er brandden er slechts 37. De gemeente kon de overschakeling naar electriciteit financieel niet aan. Zo bleef Zwijndrecht zijn straten tot aan het begin van de Tweede Wereldoorlog grotendeels met gas verlichten.

Tekst: Chris Vander Straeten.
Bronnen:
- KERKHAERT, N., DE VLEESCHAUWER, D., Waterdruk in Antwerpen ... een stroom van elektriciteit., Electrabel, 1993.
- The electric exhibition at the Crystal Palace, Krantenartikel The Argus dd. 29-04-1882.
- De Nieuwe Gazet. "De electrificatie van den linker-oever", 30.03.1923.

Adres van onze vereniging: Heemkundige Kring Zwijndrecht Burcht, Kaaiplein 29, 2070 Zwijndrecht. E-mail: info@heemkundezb.be